Welke voedselallergieën kunnen honden hebben?
Jeuk, likken aan de poten of steeds terugkerende diarree: het kan aan het voer liggen. Maar waar zijn honden eigenlijk allergisch voor? Het antwoord verrast veel eigenaren. Niet granen, maar dierlijke eiwitten zoals rundvlees en kip zijn de vaakste boosdoeners. In dit artikel lees je welke voedselallergieën honden kunnen hebben, hoe je ze herkent en hoe je ontdekt waar jouw hond op reageert.
Allergie of intolerantie: wat is het verschil?
Bij een voedselallergie reageert het afweersysteem van je hond op een bestanddeel van het voer, meestal een eiwit. Bij een voedselintolerantie speelt het afweersysteem geen rol. Het lichaam kan een bestanddeel dan niet goed verwerken. Een bekend voorbeeld is lactose-intolerantie, waarbij de melksuiker lactose niet goed wordt afgebroken.
In de praktijk geven allergie en intolerantie vaak dezelfde klachten, en wordt het verschil zelden vastgesteld. Dierenartsen spreken daarom vaak van een voedselreactie. De aanpak is in beide gevallen hetzelfde: ontdekken welk ingrediënt de klachten veroorzaakt, en dat ingrediënt vermijden.
Waar zijn honden het vaakst allergisch voor?
Dierenartsen hebben de resultaten van onderzoek onder 297 honden met een bevestigde voedselallergie naast elkaar gezet. Daaruit blijkt hoe vaak een ingrediënt als boosdoener werd gevonden:
- Rundvlees: 34%
- Zuivel: 17%
- Kip: 15%
- Tarwe: 13%
- Soja: 6%
- Lam: 5%
- Maïs en ei: elk 4%
- Varkensvlees, vis en rijst: elk 2%
Sommige honden reageren op meer dan één ingrediënt. Opvallend is dat dierlijke eiwitten bovenaan staan. Granen komen minder vaak voor dan veel eigenaren denken.
Vleesallergie: rund, kip en lam
Rundvlees is met afstand de vaakste boosdoener, gevolgd door kip. Ook lam staat in het rijtje, al komt een lamsallergie minder vaak voor. Een hond is dus niet allergisch voor brokken als zodanig, maar voor een ingrediënt dat erin zit.
Vermoed je een allergie voor kip? Let dan ook op kip in snacks en kauwartikelen, en op kip als tweede eiwitbron in voer waarin een ander vlees voorop staat. Een voer met een eiwitbron die je hond nog nooit heeft gegeten, zoals insect, konijn of vis, is dan een logische stap. Op onze pagina over hypoallergeen hondenvoer lees je per situatie welk voer past.
Granenallergie en glutenallergie
Een granenallergie bestaat, maar komt minder vaak voor dan vaak wordt gedacht. Tarwe werd bij 13% van de honden met een voedselallergie als boosdoener gevonden, maïs bij 4% en rijst bij 2%.
Gluten is een eiwit dat onder meer in tarwe zit. Een overgevoeligheid voor gluten is bij honden zelden beschreven. Een bekend voorbeeld is een zeldzame aandoening bij Border terriërs, waarbij gluten aanvallen van bewegingsstoornissen kan veroorzaken.
Reageert je hond aantoonbaar op tarwe of maïs, dan kan graanvrij hondenvoer een goede keuze zijn. Ligt de oorzaak bij vlees, dan lost graanvrij voer de klachten niet op.
Zuivel en lactose
Zuivel is na rundvlees de vaakst gevonden boosdoener. Zuivel kan op twee manieren klachten geven: als allergie voor het melkeiwit, of als intolerantie voor de melksuiker lactose. In beide gevallen is het advies hetzelfde: laat melk, kaas, yoghurt en snacks met zuivel achterwege.
Soja
Soja is een peulvrucht en geen graan. Bij 6% van de honden met een voedselallergie bleek soja een boosdoener. Daarmee komt soja vaker voor dan lam, maar veel minder vaak dan rund, zuivel of kip.
Symptomen van een voedselallergie
Jeuk is verreweg het belangrijkste signaal. Vaak krabt een hond zich over het hele lijf, maar ook de poten, het gezicht, de oren en de buik zijn bekende plekken. Een aanwijzing voor voeding als oorzaak is dat de jeuk het hele jaar aanhoudt, en niet alleen in een bepaald seizoen.
Daarnaast kan een voedselallergie maag- en darmklachten geven. Diarree komt daarbij het vaakst voor, gevolgd door braken en vaker poepen. Sommige honden hebben alleen huidklachten, andere alleen darmklachten, en een deel heeft allebei.
Een voedselallergie kan op elke leeftijd ontstaan, bij elk ras en zowel bij reuen als bij teven. Wel worden vier rassen vaker gezien: de Duitse herder, de West Highland white terriër, de Labrador en de golden retriever. Samen zijn zij goed voor ongeveer 40% van de honden met een vastgestelde voedselallergie.
Zo ontdek je waar je hond allergisch voor is
Bloed-, speeksel- en haartests voor voedselallergie zijn bij honden niet betrouwbaar genoeg. De enige betrouwbare manier is een eliminatiedieet, bij voorkeur onder begeleiding van je dierenarts. Zo pak je dat aan:
- Kies voer dat je hond nog nooit heeft gegeten: zowel de eiwitbron als de koolhydraatbron moeten nieuw zijn, of je kiest voer met gehydrolyseerd eiwit.
- Geef minimaal acht weken alleen dit voer: bij ruim acht op de tien honden zijn de klachten na vijf weken duidelijk minder, na acht weken geldt dat voor ruim negen op de tien. Geef in die periode ook geen snacks of tafelrestjes met andere ingrediënten.
- Geef daarna het oude voer weer: komen de klachten terug, dan weet je dat voeding de oorzaak is. Bij ruim negen op de tien honden keren de klachten binnen veertien dagen terug.
- Test daarna ingrediënt voor ingrediënt: door losse ingrediënten één voor één terug te geven, ontdek je precies waar je hond op reageert.
Weet je waar je hond op reageert? Dan kies je voortaan voer zonder dat ingrediënt. Heeft je hond vooral last van zijn darmen, kijk dan ook bij voeding voor een gevoelige spijsvertering. Wil je je hond tijdens het eliminatiedieet toch belonen, kies dan hypoallergene hondensnacks met dezelfde eiwitbron als het voer.